Les 24

  Oplossingen
Plaats de cursor op een veld om de oplossing zichtbaar te maken

Oefening 1
تَحْرِيرٌ - ح ر ر - تَفْعِيلٌ - حَرَّرَ\يُحَرِّرُ
II - bevrijden
ذَهَابٌ - ذ ه ب - فَعَالٌ - ذَهَبَ\يَذْهَبُ
I - gaan
اِجْتِمَاعٌ - ج م ع - اِفْتِعَالٌ - اِجْتَمَعَ\يَجْتَمِعُ
VIII - bijeenkomen
سُكْنَى - س ك ن - فُعْلَى - سَكَنَ\يَسْكُنُ
I - wonen
إِيجَارٌ - ء ج ر - إِفْعَالٌ - آجَرَ\يُؤْجِرُ
IV - verhuren
مُحَادَثَةٌ - ح د ث - مُفَاعَلَةٌ - حَادَثَ\يُحَادِثُ
III - praten, spreken
رُجُوعٌ - ر ج ع - فُعُولٌ - رَجَعَ\يَرْجِعُ
I - terugkeren, teruggaan
اِسْتِغْرَابٌ - غ ر ب - اِسْتِفْعَالٌ - اِسْتَغْرَبَ\يَسْتَغْرِبُ
X - vreemd vinden
تَطَوُّرٌ - ط و ر - تَفَعُّلٌ - تَطَوَّرَ \يَتَطَوَّرُ
V - zich ontwikkelen
تَغْيِيرٌ - غ ي ر - تَفْعِيلٌ - غَيَّرَ\يُغَيِّرُ
II - veranderen
زِيَارَةٌ - ز و ر - فِعَالَةٌ - زَارَ\يَزُورُ
I - bezoeken
إِقَامَةٌ - ق و م - إِفْعَالٌ - أَقَامَ\يُقِيمُ
IV - verblijven; opzetten
اِسْتِمْرَارٌ - م ر ر - اِسْتِفْعَالٌ - اِسْتَمَرَّ\يَسْتَمِرُّ
X - voortduren
اِقْتِصَادٌ - ق ص د - اِفْتِعَالٌ - اِقْتَصَدَ\يَقْتَصِدُ
VIII - bemiddelen; sparen
سُرُورٌ - س ر ر - فُعُولٌ - سَرَّ\يَسُرُّ
I - blij maken
فِعْلٌ - ف ع ل - فِعْلٌ - فَعَلَ\يَفْعَلُ
I - doen
اِسْتِقْبَالٌ - ق ب ل - اِسْتِفْعَالٌ - اِسْتَقْبَلَ\يَسْتَقْبِلُ
X - ontvangen
سُؤَالٌ - س ء ل - فُعَالٌ - سَأَلَ\يَسْأَلُ
I - vragen
إِفَادَةٌ - ف ي د - إِفْعَالٌ - أَفَادَ\يُفِيدُ
IV - nuttig zijn
تَأْمِينٌ - ء م ن - تَفْعِيلٌ - أَمَّنَ\يُؤَمِّنُ
II - verzekeren
Oefening 2
تَغَيِيرٌ - غ ي ر
II - veranderen, verandering
اِحْتِلَالٌ - ح ل ل
VIII - bezetten, bezetting
تَغَيُّرٌ - غ ي ر
V - veranderen, verandering
تَبَادُلٌ - ب د ل
VI - uitwisselen, uitwisseling
مُشَاهَدَةٌ - ش ه د
III - bekijken, toeschouwen
اِصْفِرَارٌ - ص ف ر
IX - geel worden, geelheid
إِعْدَادٌ - ع د د
IV - voorbereiden, voorbereiding
نِقَاشٌ - ن ق ش
III - discussiëren, discussie
اِخْتِلاَفٌ - خ ل ف
VIII - verschillen, (menings)verschil
إِرَادَةٌ - ر و د
IV - willen, wil
Oefening 3
أَيْنَ يُمْكِنُ ٱلْمُسَافِرَ ٱشْتِرَاءُ ٱلتَّذَاكِرِ؟
al-musāfir is complement
مَكْتَبُ ٱلِٱسْتِدْلَالِ دَاخِلَ قَاعَةِ ٱلِٱسْتِقْبَالِ.
هَلِ ٱلتَّدْخِينُ مَسْمُوحٌ؟
اِقْتِنَاعُهُ غَيْرُ مَفْهُومٍ.
Oefening 4
زَعْبَلاَوِي
regel 1
Transcribeer deze naam: Zaʿbalāwī. Omdat het een naam uit het Egyptisch Arabische dialect zullen we de lange ī uitgang (een nisba-yā’) niet van naamvalsuitgangen voorzien.
أَجِدَ
regel 2
1e persoon enkelvoud conjunctief van وَجَدَ vinden.
كَانَتْ أُغْنِيَةً ذَائِعَةً
regel 6
Het was een wijdverbreid lied. أُغْنِيَةً ذَائِعَةً is het complement van كَانَتْ .
كَعَادَةِ ٱلٱطْفَالِ فِي ٱلسُّؤَالِ عَنْ كُلِّ شَيْءٍ
regel 6
فِي hoort bij عَادَةِ en kan vertaald worden met aangaande, betreffende. Vrije vertaling: zoals het de gewoonte is van kinderen over ieder ding vragen te stellen.
فَلْتَحُلَّ بِكَ بَرَكَاتُهُ
regel 10
لِ : فَلْتَحُلَّ gevolgd door een apocopaat duidt aansporing aan. Laat zijn zegen op jou neerkomen.
لَمُتُّ غَمًّا
regel 11
dan was ik van verdriet gestorven. مُتُّ van مَاتَ، مُتْتُ
سَمِعْتُهُ مَرَّاتٍ وَهُوَ يُثْنِي
regel 12
Bij وَهُوَ begint een toestandszin na een werkwoord van waarneming. hoorde ik hem verschillende keren de heilige prijzen
بِلَا
regel 14
zonder; na بِلَا volgt het naamwoord in de genitief
لَا دَوَاءَ
regel 15
Algemene ontkenning van het onderwerp door لَا; onderwerp in de accusatief zonder nunatie.
سُدَّتْ فِي وَجْهِي ٱلسُّبُلُ
regel 16
de wegen voor mij (lett. in mijn gezicht) werden versperd; سُدَّتْ passief
شَيْخ
regel 18
sjeik, eerbiedwaardig persoon
مِنْ
regel 18
behorend tot
يُقَالُ
pagina 329, regel 1
passief van يَقُولُ
جاردن ستي
regel 1
Garden City
بِمَيْدَنِ ٱلْأَزْهَرِ
regel 2
op het Azhar plein; de Azhar-universiteit is de belangrijkste religieuze universiteit van de Islamitische wereld.
فِي عِمَارَةِ ٱلْغُرْفَةِ ٱلْتِّجَارِيَّةِ
regel 4
in het gebouw van de Kamer van Koophandel.
أَسْكَرَتْنِي
regel 5
betrekkelijke bijzin: (een vrouw) die mij bedwelmde
أَشَارَنِي بِٱلْجُلُوسِ
regel 6
Hij wenkte mij te gaan zitten
وَأَحَسَّتْ قَدَمَيَّ رَغْمَ غِلَظِ ٱلنَّعْلِ بِغَزَارَةِ ٱلسَّجَّادَةِ وَنَفَاسَتِهَا
regel 6
Mijn beide voeten voelden, ondanks de dikte van mijn zolen, de weelderigheid en kostbaarheid van het tapijt
وَيَجْلِسُ جَلْسَةَ ٱلْمُعْتَدِّ بِنَفْسِهِ وَمَالِهِ
regel 8
hij zat als iemand die zich op zichzelf en zijn geld verlaat. Lett. hij zat het zitten van de zich verlatende op zichzelf en zijn geld
لَمْ أَشُكَّ مَعَهُ فِي أَنَّهُ يَظُنُّنِي زَبُونًا
regel 9
relatieve bijzin (Hij keek naar mij met een warm welkom) waarmee ik niet twijdelde dat hij dacht dat ik een klant was.